Bijzondere verrichtingen voor het auto praktijk examen

Wanneer je je theorie-examen gehaald hebt en je met je rijlessen bent begonnen komen ze al snel ter sprake, de bijzondere verrichtingen. Tijdens je rijexamen ga je deze bijzondere verrichtingen ook zeker tegenkomen. Veel kandidaten zien er tegenop en zijn bang daarbij fouten te maken. Als je goed geoefend hebt is dat vaak helemaal niet nodig. Hieronder geven we nog een aantal belangrijke tips en aanwijzingen.

Er zijn 7 bijzondere verrichtingen:

  1. Achteruit rijden in een rechte lijn
  2. Achteruit rijden van een bocht
  3. Parkeren in een haaks of schuin vak
  4. Fileparkeren
  5. Omkeren door te steken
  6. Omkeren door een halve draai
  7. De hellingproef

Bij je examen zal je gevraagd worden twee van deze bijzondere verrichtingen te laten zien. Je mag hier zelf een plek voor uitkiezen. Je mag van de examinator verwachten dat die de opdracht heel duidelijk formuleert. In plaats van je te vragen ‘ergens te parkeren’, zal je bijvoorbeeld gevraagd worden om een plek te zoeken waar je kunt inparkeren in een haaks vak.

Tips voor het uitvoeren van bijzondere manoeuvres

Alle bijzondere verrichtingen moeten op een verschillende manier uitgevoerd worden. Maar er zijn wel een paar algemene aandachtspunten

  • Let altijd goed op het andere verkeer en met name op voetgangers, je bent immers bezig met een bijzondere manoeuvre en moet daarbij iedereen voor laten gaan. Kijk extra goed om je heen (inclusief de spiegels en de dode hoek) voordat je begint, tijdens de verrichting en nogmaals bij het weer wegrijden. Kijk in ieder geval voordat je stuurt of gaat rijden.
  • Zorg ervoor dat andere weggebruikers begrijpen wat je wilt gaan doen: geef daarom richting aan, sorteer voor en maak eventueel oogcontact met voetgangers, om te controleren of ze ook jou hebben gezien.
  • Blijf rustig! Ook al is het spannend om een bijzondere verrichting uit te voeren, vooral tijdens een examen. Neem daarom de tijd en blijf kalm, want de veiligheid staat altijd voorop!

Bijzondere verrichting 1: Recht achteruitrijden

Bij het recht achteruitrijden is het de bedoeling dat je ongeveer 20 meter achteruitrijdt in een rechte lijn. Hierbij blijf je evenwijdig aan de rijbaankant rijden.

De stappen die je neemt hiervoor zijn:

  1. Stop aan de rechterkant op ongeveer een halve meter van de rijbaankant. Zorg dat de wielen in de rechtuit stand staan.
  2. Schakel in de achteruit versnelling.
  3. Laat de koppeling opkomen tot het aangrijpingspunt en rijd met lage snelheid achteruit.
  4. Kijk in de rechter buitenspiegel om te zien hoe ver je van de trottoirband af bent.
  5. Corrigeer – indien nodig – door middel van kleine stuurbewegingen.
  6. Stop na ongeveer 20 meter of nadat de examinator dat aangeeft.
  7. Voor het wegrijden weer goed kijken en richting aangeven

Je rijdt deze oefening op de spiegels, maar je mag ook door de achterruit kijken; een achteruitrijcamera mag aanvullend gebruikt worden.

Bijzondere verrichting 2: Bochtje achteruit

Breng de auto ongeveer 5 meter na de bocht tot stilstand op ongeveer een halve meter van de rijbaankant en zorg dat de wielen rechtuit staan.

  1. Schakel naar de achteruit versnelling.
  2. Laat de koppeling opkomen tot het aangrijpingspunt en rijd met lage snelheid achteruit.
  3. Houdt bij het achteruitrijden als richtpunt de trottoirband in het midden van je binnenspiegel.
  4. Stuur rustig en gelijkmatig en laat de auto rustig doorrollen, zodat je goed merkt hoe hij op je stuurgedrag reageert
  5. Na het nemen van de bocht stuur je weer terug.
  6. Rijd nog een aantal meters achteruit met de wielen in de rechtuit stand.
  7. Voor het wegrijden weer goed kijken en richting aangeven.

Je rijdt deze oefening op de spiegels, maar je mag ook door de achterruit kijken; een achteruitrijcamera mag aanvullend gebruikt worden.

Bijzondere verrichting 3: Fileparkeren

Kies een geschikte plaats: bij het voorwaarts fileparkeren heb je ongeveer 2 keer de autolengte nodig en bij het achterwaarts parkeren is dat ongeveer 1,5 keer.

Voorwaarts fileparkeren

  1. Stop – indien nodig – naast de auto waarvoor je gaat parkeren; houd ongeveer 3 spiegels afstand.
  2. Schakel in de eerste versnelling en rijdt langzaam en met slippende koppeling recht vooruit.
  3. Als het midden van jouw auto (B-stijl) ter hoogte is van de voorkant van de geparkeerde auto stuur je volledig in naar rechts.
  4. Als het rechtervoorwiel bijna de trottoirband raakt stuur je geleidelijk terug en zorgt ervoor dat de auto evenwijdig naast het trottoir komt te staan.

Achterwaarts fileparkeren

  1. Stop naast de auto waarachter je wilt parkeren; houd ongeveer 3 spiegels afstand (50 cm).
  2. Schakel in de achteruit versnelling en rijdt langzaam en met slippende koppeling recht achteruit.
  3. Als jouw rechterbuitenspiegel ter hoogte is van het midden van de geparkeerde auto stuur je volledig in naar rechts.
  4. Het moment van terugsturen is wanneer de buitenspiegel ter hoogte is gekomen van de achterzijde van de geparkeerde auto.
  5. Stop op het moment dat de auto evenwijdig is gekomen met het trottoir.
  6. Voor het wegrijden weer goed kijken en richting aangeven.

Bijzondere verrichting 4: Parkeren in een haaks of schuin vak

Het vakparkeren kan zowel voorwaarts als achterwaart worden uitgevoerd. Het voordeel van achterwaarts parkeren is dat je daarna gemakkelijker weer vooruit kunt wegrijden.

Voorwaarts parkeren

  1. Stop – indien nodig – twee vakken voor het vak waarin je wilt parkeren op voldoende afstand van de vakken.
  2. Schakel naar de eerste versnelling en rijdt langzaam richting het doelvak.
  3. Naar links sturen (opsturen) voor een ruimere bocht is toegestaan.
  4. Stuur vlot naar rechts zodra de rechterbuitenspiegel ter hoogte is van de eerste lijn van het doelvak.
  5. Kort voordat jouw auto recht in het vak staat weer terugsturen zodat de wielen in de rechtuit stand staan.

Achterwaarts parkeren

  1. Stop twee vakken voorbij het vak waarin je wilt parkeren op voldoende afstand (1 tot 1,5 meter) van de vakken.
  2. Schakel in de achteruit versnelling en rijd langzaam achteruit.
  3. Als het midden van jouw auto halverwege het tweede vak is (1,5 vak van het doelvak) vlot insturen naar rechts.
  4. Zorg door middel van kleine stuurbewegingen dat je in het midden van het vak uitkomt. Gebruik daarbij je buitenspiegels.
  5. Kort voordat jouw auto recht in het vak staat weer terugsturen zodat de wielen in de rechtuit stand staan.

Bijzondere verrichting 5: Keren door te steken

De bedoeling is om de auto, door eenmaal achteruit te rijden, op de gekozen plaats om te keren. Hierbij mogen ook de naastgelegen parkeervakken worden gebruikt.

  1. Stop op ongeveer 15 cm van de trottoirband.
  2. Schakel in de eerste versnelling en laat de koppeling opkomen tot het aangrijpingspunt.
  3. Zodra de auto in beweging komt vlot en volledig naar links insturen.
  4. Als het linkervoorwiel bijna de trottoirband raakt een aantal slagen terugsturen naar rechts en laat de auto zachtjes tegen de trottoirband rollen.
  5. Schakel in de achteruit versnelling.
  6. Zodra de auto in beweging komt direct verder en volledig naar rechts insturen.
  7. Als de auto haaks op de rijbaan staat – indien mogelijk wachten met sturen totdat de neus van de auto naar links komt – een aantal slagen terugsturen naar links en de auto zachtjes tegen de trottoirband laten rollen.
  8. Schakel in de eerste versnelling.
  9. Zodra de auto in beweging komt direct volledig naar links insturen en de normale plaats op de rijbaan innemen en de snelheid opvoeren.

Bijzondere verrichting 6: Omkeren door een halve draai

Bij deze verrichting mag je gebruik maken van de gehele rijbaanbreedte inclusief de naastgelegen parkeervakken of het kruisingsvlak.

  1. Stop – indien nodig – op 15 cm afstand van de rechterzijde van de rijbaan.
  2. Schakel in de eerste versnelling en rijd langzaam.
  3. Als er rechts ruimte is stuur je naar rechts.
  4. Stuur vlot weer naar links als je de ruimte rechts maximaal gebruikt hebt.
  5. Als de draai bijna is voltooid de wielen weer in de rechtuit stand plaatsen, de normale plaats op de rijbaan innemen en de snelheid opvoeren.

Bijzondere verrichting 7: De hellingproef

Bij deze bijzondere verrichting is het de bedoeling dat je op een helling stopt en, zonder dat de motor afslaat of achteruitrolt, weer wegrijdt. Je mag hierbij gebruik maken van de parkeerrem of een.

  1. Stop op de helling en schakel de parkeerrem in.
  2. Schakel in de eerste versnelling.
  3. Laat de koppeling komen tot het aangrijpingspunt en geef een beetje gas.
  4. Als de auto in beweging komt de parkeerrem uitschakelen.
  5. Stuur naar de normale plaats op de rijbaan en pas je snelheid aan aan het overige verkeer.

 

Dit zijn de 7 bijzondere verrichtingen die je bij het CBR-examen kunt tegenkomen. Het hoeft niet perfect te zijn als je er maar wel voor zorgt dat jouw voertuigbeheersing en kijktechniek voldoende is en je al het andere verkeer voor laat gaan. Succes.

Theorie leren?

Snel je theorie leren? Bezoek onze shop voor theorieboeken en oefenexamens, zowel online als offline.